Kiezen

Welke laadkabel heb ik nodig voor mijn elektrische auto?

Voor bijna elke elektrische auto in Europa is het een type 2-kabel. De echte keuze zit in de stroom per fase die je auto aankan en in de lengte. Zo kies je in drie stappen.

6 min lezen 2 October 2026 Gecontroleerd tegen fabrieksdata

Hand met een laadstekker vlak voor de open laadklep van een elektrische auto

In het kort

  • Vrijwel elke elektrische auto en plug-in hybride in Europa laadt aan de laadpaal met een kabel van type 2 naar type 2.
  • De stroom per fase van je boordlader bepaalt de kabel: tot en met 16 A de 11 kW-kabel, van 17 tot 32 A de 22 kW-kabel.
  • Meet de route van laadpunt naar laadpoort en tel er een meter bij op. Verlengen mag niet.
  • Laad je zonder laadpaal, aan het stopcontact, dan heb je geen laadkabel nodig maar een mobiele lader.

Voor bijna elke elektrische auto in Nederland en België is het antwoord: een laadkabel van type 2 naar type 2. Wat je nog moet kiezen, is hoeveel stroom de kabel aankan, 16 of 32 ampère per fase, en hoe lang hij is. Wil je het niet zelf uitzoeken, kies dan je auto in de keuzehulp: die zoekt de boordlader van je auto op en toont de kabel die past. Wil je weten waarom, lees dan verder.

Laadkabel of mobiele lader?

Een losse laadkabel, officieel een mode 3-kabel, verbindt je auto met een laadpaal die zelf geen kabel heeft. Dat geldt voor bijna alle openbare laadpalen in Nederland en België, en voor veel laadpalen thuis en op het werk: je ziet dan alleen een contactdoos in de paal. Snelladers hebben altijd een vaste kabel; daar gebruik je je eigen kabel niet.

Laad je thuis aan een gewoon stopcontact of een krachtstroomaansluiting, dan is een laadkabel niet genoeg. Daarvoor heb je een mobiele thuislader nodig, een kabel met een regelkastje dat de stroom bewaakt.

Stap 1: welke stekker zit er op je auto?

In Europa is type 2 de standaard, ook wel Mennekes genoemd. Alle Europese merken en vrijwel alle Aziatische en Amerikaanse merken die hier nieuw verkocht worden, hebben een type 2-aansluiting, ook Tesla. Je herkent hem aan zeven pinnen en een platte bovenkant. Heeft je auto een CCS-aansluiting voor snelladen, dan is de bovenste helft gewoon type 2.

Alleen een aantal oudere auto's, vooral uit Japan, heeft type 1: smal en rond, met vijf pinnen en een drukknop. Welke auto's dat zijn en wat je dan nodig hebt, lees je in type 1 en type 2: het verschil.

Stap 2: 16 of 32 ampère per fase?

Hier kiezen de meeste mensen de verkeerde kabel. Laadkabels worden verkocht met een vermogen, 11 kW of 22 kW, maar wat echt telt, is de stroom per fase. Een 11 kW-kabel is gebouwd voor 16 ampère per fase, een 22 kW-kabel voor 32 ampère. De snelheid wordt bepaald door de zwakste schakel van auto, laadpunt en kabel, legt Milieu Centraal uit. Kijk daarom naar de boordlader van je auto. Die staat in de specificaties, of op de modelpagina van je auto.

Boordlader van je auto Stroom per fase Juiste kabel
3,7 kW, 1 fase 16 A 11 kW-kabel
7,4 kW, 1 fase 32 A 22 kW-kabel
11 kW, 3 fasen 16 A 11 kW-kabel
22 kW, 3 fasen 32 A 22 kW-kabel

Let op de tweede regel. Een auto die op één fase met 7,4 kW laadt, trekt 32 ampère. Met een 11 kW-kabel, die maar 16 ampère doorlaat, laadt zo'n auto met 3,7 kW: de helft van wat kan. Dan is een 22 kW-kabel de juiste keuze, ook al laadt de auto nooit met 22 kW. Hoe fasen en vermogen samenhangen, lees je in 1 fase of 3 fase, 11 of 22 kW.

Is een 16 A of 32 A laadkabel beter?

Geen van beide is beter; de juiste is de kabel die past bij je auto. Een kabel voor 32 ampère werkt op elke auto, want de auto neemt alleen wat hij aankan. Hij is wel dikker, zwaarder en duurder. De meeste elektrische auto's laden met 11 kW op drie fasen, en dan is de 11 kW-kabel de handigste keuze. Kies de 22 kW-kabel als je auto met 32 ampère laadt, dus op één fase met 7,4 kW of op drie fasen met 22 kW.

Woon je in België in een gebied met een ouder net van 3 x 230 volt, zoals in en rond Brussel? Dan laden de meeste auto's daar op één fase met 32 ampère, en heb je ook dan de 22 kW-kabel nodig om op volle snelheid te laden.

Stap 3: welke lengte heb je nodig?

Een kabel die net te kort is, kun je niet gebruiken. Een kabel die een paar meter te lang is, is alleen zwaarder. Meet niet de rechte afstand, maar de route die de kabel aflegt: van de contactdoos in de paal, langs de auto, naar de laadpoort. Tel er een meter bij op, zodat de kabel nergens strak staat. Waar de laadpoort zit, verschilt per model, en dat maakt vaak meer uit dan de afstand tot de paal. Alles over meten staat in de juiste lengte voor je laadkabel. Kies liever een maat te lang dan te kort: een laadkabel verlengen mag niet.

Past elke laadkabel op elke auto?

Elke kabel van type 2 naar type 2 past op elke auto met een type 2-aansluiting en op elke laadpaal met een type 2-contactdoos. Een 11 kW- en een 22 kW-kabel hebben dezelfde stekkers. Het verschil zit in hoeveel stroom ze aankunnen, en dus in hoe snel je laadt. Alleen een auto met type 1 heeft een andere kabel nodig.

Waar herken je een goede laadkabel aan?

Van buiten lijken laadkabels op elkaar, maar het verschil zit binnenin:

  • Aderdoorsnede. Een 11 kW-kabel heeft vijf aders van 2,5 mm², een 22 kW-kabel vijf aders van 6 mm². Dunner koper wordt warm en gaat minder lang mee.
  • Normen en keurmerk. De stekkers moeten voldoen aan de norm IEC 62196-2. Een onafhankelijk keurmerk, zoals dat van TÜV Rheinland, laat zien dat de kabel ook echt getest is.
  • Mantel. Een mantel van TPU blijft soepel bij vorst en kan tegen olie en zon. Een goedkope kabel van PVC wordt in de winter stug.
  • Waterdichtheid. Minimaal IP54 in aangesloten toestand is genoeg om in de regen te laden. Onze kabels halen IP65.

Waarom de prijzen zo uiteenlopen, lees je in wat een goede laadkabel kost.

Heeft je laadpaal thuis een vaste kabel?

Dan heb je thuis geen losse kabel nodig. Onderweg wel: openbare laadpalen, laadpunten bij kantoren en hotels in het buitenland hebben bijna altijd alleen een contactdoos. Zonder eigen kabel kun je daar niet laden. Kies je nog een laadpaal, lees dan welke laadkabel je voor je laadpaal nodig hebt: met een vaste kabel of met een contactdoos.

Snel de juiste kabel vinden

Weet je de stroom per fase en de lengte, dan kies je je kabel uit alle laadkabels. Liever niet zelf rekenen? Met je auto in de keuzehulp bovenaan deze pagina zie je meteen welke kabel past. Twijfel je nog, stel je vraag dan aan de klantenservice. We denken graag mee, ook als het antwoord is dat je minder nodig hebt dan je dacht.

Vragen die hierop volgen

Welke laadkabel past op elke elektrische auto?

Een kabel van type 2 naar type 2 past op vrijwel elke elektrische auto en plug-in hybride die in Europa wordt verkocht, en op alle openbare laadpalen. Alleen oudere auto's met een type 1-aansluiting hebben een andere kabel nodig.

Is een 16 A of 32 A laadkabel beter?

De juiste is de kabel die past bij je auto. Laadt je auto met hooguit 16 A per fase, kies dan de 11 kW-kabel: lichter en voordeliger. Laadt je auto met 32 A, op één fase met 7,4 kW of op drie fasen met 22 kW, kies dan de 22 kW-kabel.

Waarom laadt mijn auto maar met 3,7 kW met een 11 kW-kabel?

Waarschijnlijk laadt je auto op één fase met 32 A, oftewel 7,4 kW. Een 11 kW-kabel laat maximaal 16 A per fase door, en op één fase is dat 3,7 kW. Met een 22 kW-kabel laadt je auto wel op volle snelheid.

Heb ik een laadkabel nodig als mijn laadpaal thuis een vaste kabel heeft?

Thuis niet, onderweg wel. Bijna alle openbare laadpalen in Nederland en België hebben alleen een contactdoos, dus zonder eigen type 2-kabel kun je daar niet laden.

Wat is het verschil tussen een laadkabel en een mobiele thuislader?

Een laadkabel gebruik je aan een laadpaal, die zelf de stroom regelt. Een mobiele thuislader heeft een regelkastje en steek je in een stopcontact of krachtstroomaansluiting. Voor laden zonder laadpaal heb je dus een mobiele thuislader nodig.

Verder lezen

Hier kijken mensen ook naar

Naar de kennisbank